Onlinestatistieken

Deze rubriek bevat statistische gegevens die niet in gedrukte vorm verschijnen, maar ook aanvullingen op bestaande statistische gegevens.

Bijklussen

Laatste update: 23 Juli 2020

 

Wat is Bijklussen?

Het nieuwe stelsel ‘Bijklussen’ maakt het burgers mogelijk om in de vrije tijd iets bij te verdienen – lastenvrij en met minimale administratie.

Zolang de inkomsten uit bijklussen minder dan 6.000 euro per kalenderjaar bedragen, hoeven er geen bijdragen of belastingen op betaald te worden. Dit plafond geldt voor het geheel aan bijverdiensten in het kader van verenigingswerkdiensten van burger aan burger of activiteiten in de deeleconomie. De inkomsten uit verenigingswerk en uit diensten aan burgers mogen samen niet meer dan 500 euro per maand bedragen. Vanaf januari 2019 ligt voor activiteiten die met sport te maken hebben de limiet op 1.000 euro per maand. De jaarlimiet blijft wel dezelfde. Alle bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Bijklussen in het kader van het verenigingswerk of diensten van burger aan burger kan alleen als de  bijklusser tot een van de volgende groepen behoort:

  • werknemer die minstens 4/5 werkt,
  • zelfstandige in hoofdberoep,
  • gepensioneerde.

De deeleconomie staat open voor iedereen.

Meer uitleg over het bijklussen, inclusief de geïndexeerde bedragen, is terug te vinden op www.bijklussen.be .

Waarop hebben de cijfers betrekking?

Alle diensten die geleverd in het kader van het de diensten van burger aan burger of in het kader van verenigingswerk, moeten via de website bijklussen.be worden aangegeven bij de RSZ.

Voor de deeleconomie zijn het de deeleconomieplatformen die de gegevens overmaken aan de FOD Financiën.

De cijfers die we op deze pagina presenteren zijn gebaseerd op de aangegeven activiteiten via bijklussen.be. De deeleconomie maakt dus geen deel uit van de hier gepubliceerde cijfers.

De gegevens die worden geregistreerd voor bijklusactiviteiten zijn eerder beperkt en verschillen naar de aard van de bijklusactiviteit:

  • C2C (Citizen to Citizen): Een privépersoon die bijklust bij een andere privépersoon. Het is de bijklusser die de aangifte doet, de eerste “C” staat dus voor de bijklusser. Het gaat om occasionele diensten, waarbij naast de identificatiegegevens van de klusser en de gebruiker, ook de dag van de prestatie, de activiteit (via keuzelijst) en het afgesproken bedrag wordt gemeld.
  • O2C (Organisation to Citizen): Een privépersoon die bijklust bij een vereniging; de vereniging (=”O”) geeft aan en staat daarom vooraan. Hier gaat het niet alleen om occasionele diensten. Behalve de identificatiegegevens van de klusser en de gebruiker (vereniging), ook de begin- en einddag van de prestaties, de activiteit (via keuzelijst) en het bedrag van de maandelijkse vergoeding (zoals geraamd aan het begin van de bijklusovereenkomst) aangegeven. Na afloop van elke maand geeft de vereniging de reële bedragen voor deze maand door.

In geen van beide stelsels kan dus afgeleid worden hoeveel uren of dagen er bijgeklust wordt. In principe kan wel het aantal dagen berekend worden voor de diensten van burger tot burger, maar zeker bij privélessen wordt vastgesteld dat de gemelde bedrag per activiteit vermoedelijk toch betrekking heeft op meerdere dagen.

Statistische benadering – kwartaalstatistieken

De kwartaalstatistiek focust op de gebruiker van de bijklusactiviteiten, met als criteria het type burger-gebruiker of het type organisatie of vereniging.

Daarnaast zijn er ook nog een aantal gegevens over de bijklusser zelf, gebaseerd op persoonlijke en demografische gegevens, zoals die ook behandeld worden in de jaarstatistiek (zie verder).

Hieronder worden een aantal statistieken gepresenteerd op basis van deze twee benaderingen, met telkens het onderscheid tussen de twee soorten activiteiten (O2C en C2C).

  • Het aantal bijklussers naar statuut, leeftijd en woonplaats
  • Een verdeling van het aantal gebruikers naar plaats (provincie) van de gebruiker (maatschappelijke zetel voor O2C en de woonplaats van de gebruiker in het geval van C2C), het type activiteit, specifiek voor O2C de juridische vorm, het aantal bijklussers met het gegenereerde inkomen volgens het statuut van de bijklusser.

Tabellen 1.1 – 1.4: Aantal bijklussers per stelsel , statuut, leeftijdsklasse en woonplaats.

  • Dit is een telling van het aantal unieke personen per kwartaal: wanneer een persoon verschillende activiteiten heeft uitgeoefend gedurende het kwartaal wordt hij maar één keer geteld.
  • De verdeling naar type bijklusactiviteit (O2C, C2C) en het statuut van de bijklusser bevat onvermijdelijk dubbeltellingen omdat een bijklusser in verschillende statuten of types bijklusactiviteiten kan bijklussen.

Tabellen 2.1 – 2.2: Verdeling van het aantal gebruikers naar type van bijklusactiviteit, juridische vorm van de organisatie (O2C) en locatie van de gebruiker.

  • Het betreft een telling van het aantal unieke gebruikers van bijklusactiviteiten per kwartaal.
  • De verdeling volgens juridische vorm betreft alleen de organisaties die een KBO-nummer hebben. Feitelijke verenigingen vallen hier buiten. Gezien hun grote aantal, werden de juridische vormen voor de leesbaarheid ingedeeld in drie groepen (zie bijlage 2). Dat geldt ook voor tabel 4.
  • Tabel 2.2 maakt een verdeling naar type bijklusactiviteit en de provincie van de gebruiker.

Tabellen 3 – 4: verdeling van het aantal gebruikers, bijklussers en gegenereerde bedragen volgens het stelsel naar type bijklusactiviteit en de juridische vorm van de organisatie (O2C).

  • De activiteiten C2C werden gegroepeerd in 4 types, de activiteiten O2C in 6 types (zie bijlage 1)
  • Specifiek voor de activiteiten O2C: er wordt een verdere verdeling gemaakt in die met een KBO-nummer (verenigingen en openbare besturen) en feitelijke verenigingen, die geen KBO-nummer hebben (tabel 3). In een verdere stap (tabel 4) wordt voor de eerste een verdere indeling gemaakt naar juridische vorm.
  • Een gebruiker die gebruikmaakt van verschillende types bijklusactiviteiten wordt uiteraard meerdere keren geteld.
  • Hetzelfde geldt voor een bijklusser die in verschillende types bijklust.
  • De bedragen zijn de ontvangen bedragen gedurende het betrokken kwartaal. Als een taak gespreid is over meerdere kwartalen (wat vaak voorkomt in O2C), wordt alleen het bedrag dat verdiend werd gedurende het betrokken kwartaal meegenomen in de statistiek.

Tabel 5: Aantal gebruikers en betaalde bedragen volgens gebruik van het aantal bijklussers.

  • Ter wille van de leesbaarheid werd het aantal gebruikers in klassen ingedeeld.
  • Per klasse wordt het aantal gebruikers, bijklussers en het gegenereerde bedrag getoond.

Tabel 6: Aantal gebruikers en betaalde bedragen volgens statuut van de bijklusser

    • Deze tabel laat toe om een antwoord te geven op de volgende vragen:
      • Van welk statuut wordt het meest of het minst gebruikgemaakt gedurende een bepaald kwartaal?
      • Over hoeveel bijklussers gaat het?
      • Hoeveel hebben ze verdiend in het stelsel?
    • Een gebruiker die een bijklusser tewerkstelt die meerdere statuten heeft, wordt meerdere keren geteld.

Statistische benadering - Jaarstatistieken

Hier bekijken we wat een persoon-bijklusser allemaal aan klussen doet doorheen het jaar, te koppelen aan persoonlijke en demografische persoonsgegevens. De volgende gegevens worden opgenomen, telkens voor de twee types bijklussen – O2C en C2C:

  • telling van het aantal bijklussers en de ontvangen bedragen naar statuut, leeftijd, woonplaats en activiteit
  • een verdeling per maand van de bijklusactiviteiten,
  • een verdeling van aantal bijklussers per klasse van op jaarbasis ontvangen bedragen

Tabel 1.1 – 1.4: aantal personen per stelsel, statuut, leeftijdsklasse, woonplaats.

  • Unieke personen wil zeggen dat elke persoon maar één keer geteld wordt, ook al heeft hij/zij meerdere types activiteiten uitgevoerd in de beoogde periode.
  • In de tabellen waarin wordt opgesplitst naar stelsel, statuut of type activiteit wordt de persoon meerdere keren geteld als die in meer dan 1 stelsel en/of statuut activiteit werd geregistreerd
  • De bedragen zijn de bedragen die verdiend zijn in het betrokken jaar: bij iemand die een taak aanneemt voor een periode die het jaar overschrijdt (wat vaak voorkomt bij O2C) wordt alleen het bedrag opgenomen voor het deel van de activiteiten dat in het jaar zelf werd uitgevoerd.

Tabel 2 en 3: aantal bijklussers en de betaalde bedragen per type van bijklusactiviteit en per statuut.

In tabel 2 wordt het aantal bijklussers verdeeld volgens het statuut van de bijklusser en in tabel3 ook nog volgens de uitgevoerde bijklusactiviteiten in de twee bijklusstelsels.

  • De activiteiten C2C werden gegroepeerd in vier types, de activiteiten O2C in zes types: een volledig overzicht van deze groeperingen vindt u in bijlage.
  • Als de bijklusser in meer dan 1 stelsel en/of statuut activiteit is geregistreerd, dan wordt deze persoon meerdere keren geteld.

Tabel 4: aantal activiteiten per maand

Tabel 4 maakt een verdere opsplitsing van de activiteiten per maand. Dat laat toe om piekmomenten te detecteren in de activiteiten.

  • Ook hier geldt het principe dat bij iemand die een taak aanneemt voor een periode die de maand(en) overschrijdt (wat vaak voorkomt bij O2C) alleen het bedrag opgenomen voor het deel van de activiteiten dat in de maand zelf werd uitgevoerd. De rest wordt opgenomen in het bedrag van de volgende maand(en), én ook wordt de activiteit daar nog eens geteld.

Tabel 5: Aantal personen per klasse van bijverdiende bedragen

Tabel 5 deelt de personen in in een aantal klassen van op jaarbasis ontvangen bedragen. De tabel is opgesplitst naar stelsel en statuut (5-1) en naar stelsel en type activiteit (5-2). Als een persoon in het jaar bij meerdere gebruikers heeft bijgeklust, worden de bedragen samengeteld om de klasse te bepalen. 

  • De klassen worden ingedeeld in schijven van 500 euro, behalve de eerste, die wegens de vele kleine klusjes opgesplitst is per 250 euro.
  • De bovenste klasse heeft geen bovengrens omdat die varieert door de indexering van de bedragen (zie hiervoor de www.bijklussen.be).
^ Back to Top