panel 2

Sociale bijdragen betalen

Werkgevers zijn verantwoordelijk voor het betalen van de sociale bijdragen voor hun werknemers.

Werkgevers zijn verantwoordelijk voor het betalen van de sociale bijdragen voor hun werknemers.

Welke soorten bijdragen bestaan er?

Er bestaan twee soorten sociale bijdragen:

  • de gewone sociale bijdragen, die bestaan uit:
    • werknemersbijdragen
    • werkgeversbijdragen
  • de ‘bijzondere bijdragen’.

Gewone socialezekerheidsbijdragen

De werknemersbijdragen in de privésector bedragen 13,07% van het brutoloon.

De werkgeversbijdrage bedraagt in de privésector ± 32% van het brutoloon.

In de openbare sector liggen deze bijdragen soms flink lager omdat bepaalde sociale voordelen er niet door de sociale zekerheid gedragen worden, maar de werkgever ze zelf betaalt aan zijn personeelsleden (bv. kinderbijslagen, uitbetaling van loon bij ziekte of ongeval, …).

Arbeiders en kunstenaars

Voor arbeiders en kunstenaars berekent men de socialezekerheidsbijdragen op het brutoloon plus 8%. Dat komt doordat zij hun enkel vakantiegeld niet van hun werkgever ontvangen, maar van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie of een vakantiefonds. Zij betalen dus geen sociale bijdragen op hun enkel vakantiegeld, anders dan bij bedienden. Om dat verschil goed te maken, wordt de berekeningsbasis voor de sociale bijdragen met 8% verhoogd.

Wat valt onder brutoloon?

Loon is niet alleen het uur- of maandloon dat de werknemer krijgt. Het omvat ook allerlei andere voordelen zoals:

  • eindejaarspremies
  • toeslagen voor overuren
  • een gewaarborgd loon bij ziekte
  • voordelen in natura (bijvoorbeeld het gebruik van een gsm)

De werkgever kan ook voordelen aan zijn werknemer(s) toekennen die niet onderworpen zijn aan sociale bijdragen. Al die voordelen zijn gekoppeld aan wettelijke voorwaarden. Een volledige lijst van alle voordelen vindt u in de Administratieve instructies.

Sommige voordelen zijn geen loon, maar er zijn wel bijzondere bijdragen op verschuldigd. Het bekendste voorbeeld daarvan is een bedrijfswagen die de werknemer mag gebruiken voor privédoeleinden en/of voor het woon-werkverkeer.

Onkosten die de werknemer moet maken en die door de werkgever worden betaald (bijvoorbeeld telefoon- en verplaatsingskosten), zijn geen loon.

Forfaitaire lonen

Voor de meeste werknemers berekent men de RSZ-bijdragen op het werkelijke brutoloon. Voor specifieke groepen, zoals gelegenheidswerknemers in de land- en tuinbouw, wordt echter uitgegaan van een vast bedrag (bijvoorbeeld per gewerkte dag).

Bijzondere bijdragen

Sommige bijdragen worden “bijzonder” genoemd omdat ze niet rechtstreeks bestemd zijn voor de takken van de sociale zekerheid of omdat ze alleen in bepaalde omstandigheden verschuldigd zijn.

De bijzondere bijdragen kunnen ten laste zijn van de werkgever of de werknemer; sommige moeten worden betaald door de werkgever én de werknemer.

Voorbeelden van bijzondere bijdragen die door de werkgever moeten worden betaald, zijn:

  • de bijdrage op extralegale pensioenen
  • de bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen (FSO)
  • de solidariteitsbijdrage (CO2-bijdrage) voor het gebruik van een bedrijfswagen

Voorbeelden van bijzondere bijdragen die de werknemer moet betalen, zijn:

  • de inhouding op het dubbel vakantiegeld
  • de solidariteitsbijdrage op winstdeelname
  • de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid

Meer informatie over de bijzondere bijdragen vindt u in de Administratieve instructies.

Vermindering van de bijdragen

Voor werknemers bestaat er een bijdragevermindering voor de lage lonen: de “werkbonus”. Daardoor houden werknemers met lage lonen netto meer over, zonder dat het brutoloon verhoogt.

Ook veel werkgevers komen in aanmerking voor een vermindering van de sociale bijdragen. De bedoeling daarvan is om de loonkosten voor werkgevers te verminderen.

De twee belangrijkste types van bijdrageverminderingen voor werkgevers zijn:

  • de structurele vermindering, die bestaat uit een vaste component en een gedeelte dat varieert naargelang het loon van de werknemer;
  • de doelgroepvermindering: een vast verminderingsbedrag dat afhankelijk is van bepaalde criteria waaraan de werkgever en/of de werknemer moet voldoen. Er mag per werknemer slechts één doelgroepvermindering worden toegepast. Een aantal voorbeelden zijn:
    • eerste aanwervingen
    • langdurig werkzoekenden
    • wegens herstructurering ontslagen werknemers
    • onthaalouders
    • kunstenaars

Meer uitleg vindt u in de Administratieve instructies.

Betaling

Driemaandelijkse betaling

De werkgever moet bij iedere loonuitbetaling de werknemersbijdrage op het loon inhouden. Als hij dat nalaat, kan hij de bijdrage achteraf niet meer op de werknemer verhalen. Samen met de werkgeversbijdrage moet hij de werknemersbijdrage per kwartaal doorstorten aan de RSZ. De meeste werkgevers moeten maandelijkse voorschotten betalen op de driemaandelijkse bijdrage.

Meer informatie vindt u in de Administratieve instructies.

Jaarlijkse betaling

Naast de driemaandelijkse bijdragen moet de werkgever de volgende bijdragen eenmaal per jaar betalen:

  • een gedeelte van de bijdragen bestemd voor de financiering van het vakantiegeld van de arbeiders;
  • de bedragen die grotere werkgevers verschuldigd zijn in het kader van een herverdelingsoperatie. Ieder jaar voert de RSZ een berekening uit die tot doel heeft kleinere werkgevers een deel terug te geven van de betaalde RSZ-bijdragen.

Uitstel van betaling

Werkgevers die er (tijdelijk) niet in slagen hun sociale bijdragen te betalen, kunnen onder een aantal voorwaarden uitstel van betaling krijgen. De RSZ maakt dan in overleg met de werkgever een afbetalingsplan op.

Meer informatie vindt u in de Administratieve instructies.

Sancties

Aan werkgevers die de sociale bijdragen niet op tijd betalen, wordt een bijdrageopslag van 10% aangerekend op het te laat betaalde bedrag; ook wordt er een verwijlintrest aangerekend. Onvoldoende voorschotten betalen, wordt op een aparte manier gesanctioneerd.

Meer informatie vindt u in de Administratieve instructies.

^ Back to Top